CRvB 17 augustus 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2829
Afwijzing verzoek om de bijzondere uitkering op grond van de Regeling Ereschuld toe te kennen op basis van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Geen ruimte om rekening te houden met een na de peildatum vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid als de (meest) definitief vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid. Nu het Uwv betrokkene eerst met ingang van 28 november 2012 arbeidsongeschikt heeft geacht, heeft de minister zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat op 1 juni 2012 geen sprake was van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in de Regeling Ereschuld. De minister kon dan ook niet anders dan de hoogte van de bijzondere uitkering vaststellen aan de hand van het ten behoeve van de toekenning van het militair invaliditeitspensioen bepaalde definitieve invaliditeitspercentage zoals dat gold op 1 juni 2012. Tot slot zijn de overige door betrokkene aangevoerde omstandigheden niet dermate uitzonderlijk dat dit als onvoorziene omstandigheid in de zin van artikel 22 van het Besluit AO/IV kan worden beschouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl