CRvB 14 juli 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2533
Bij de vaststelling van de hoogte van de overbruggingsuitkering zijn de inkomsten uit de − op 1 april 2014 geëindigde − lijfrente-uitkering buiten beschouwing gebleven. Geconcludeerd wordt dat appellant zich in een situatie bevindt die vergelijkbaar is met die van de hiervoor bedoelde voormalig werknemer. Het gehanteerde onderscheid in situaties als die van appellant staat niet in een redelijke proportionaliteitsrelatie tot het daarmee nagestreefde doel. Geen toereikende rechtvaardiging. Het verschil in behandeling is daarom discriminerend. Opdracht het gebrek te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl