CRvB 8 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3249
Bezit onroerend goed in het buitenland. Onderzoeksbevoegdheid. Geen sprake van discriminatie. Appellant is eigenaar van zowel woning 2 als de grond waarop deze woning is gebouwd. Appellant heeft de Svb hiervan geen melding gemaakt. Als gevolg van deze schending van de inlichtingenverplichting was het recht op een AIO-aanvulling over de periode van 21 december 2009 tot 9 juli 2013 niet vast te stellen, omdat een waardebepaling van de woning en de grond over die periode ontbreekt. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij, als hij de inlichtingenverplichting niet had geschonden, wel recht op een AIO-aanvulling zou hebben gehad. Omdat de waarde van het onroerend goed op 9 juli 2013 is getaxeerd op € 57.420,- en appellant deze waarde niet gemotiveerd heeft betwist, is het recht daarop vanaf 9 juli 2013 vast te stellen op nihil. Vanaf die datum wordt immers de grens van het voor appellant geldende vrij te laten vermogen overschreden. De Svb was gelet op het voorgaande bevoegd om de AIO-aanvulling met ingang van 21 december 2009 in te trekken.
De uitspraak op rechtspraak.nl