CRvB 11 januari 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:133
Ten onrechte WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid geweigerd. Niet meer in geschil dat de appellant verweten gedragingen een objectief dringende reden waren voor de korpschef om de aanstelling van appellant te beëindigen. Gelet op het tijdsverloop in de onderzoeksfase en de kwalificatiefase moet worden geconcludeerd dat de gedragingen van appellant voor de korpschef blijkbaar niet zodanig waren dat deze een arbeidsrechtelijke dringende reden voor ontslag vormden. Appellant is daarom niet verwijtbaar werkloos geworden. Het Uwv heeft ten onrechte de maatregel van blijvende gehele weigering van WW-uitkering opgelegd.
De uitspraak op rechtspraak.nl