CRvB 19 februari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:481

Betrokkenen hebben zowel de Turkse als Nederlandse nationaliteit en zijn met behoud van een WAO-uitkering en een toeslag ingevolge de Toeslagenwet (TW) naar Turkije teruggekeerd. Op grond van de Wet BEU is per 1 januari 2000 artikel 4a in de TW opgenomen. Dat artikel bepaalt dat geen recht op toeslag heeft degene die niet in Nederland woont. De toeslag van betrokkenen is op grond daarvan afgebouwd en beëindigd. De zaken Demirci e.a. zijn een vervolg op de uitspraak van 11 november 2011, Akdas e.a., ECLI:NL:CRVB:2011:BU3180. In de zaken Demirci e.a. hebben betrokkenen, anders dan de betrokkenen in de zaken Akdas e.a., zowel de Turkse als de Nederlandse nationaliteit. Tussen partijen is allereerst in geschil of betrokkenen met een dubbele nationaliteit zich met een beroep op Besluit 3/80 kunnen onttrekken aan het woonplaatsvereiste van de TW. De Raad beantwoordt die vraag ontkennend op grond van het arrest van het Hof van 14 januari 2015, Demirci e.a., C-171/13. Een beroep op het arrest van het Hof van 29 maart 2012, Kahveci en Inan, C-7/10 en C-9/10, doet daaraan niet af. Ten tweede is in geschil of bij de beëindiging van de toeslag de gezinssituatie van betrokkenen een rol moet spelen en of in enkele gevallen sprake is van schending van artikel 8 EVRM. Die vraag wordt ontkennend beantwoord. Daarvoor acht de Raad van belang dat het recht op toeslag aan het individu toekomt en niet aan het gezin. Van een direct causaal verband tussen de intrekking van de toeslag en de gestelde inbreuk op het gezinsleven is geen sprake. Of een terugkeer van betrokkenen wellicht tot gevolg zou hebben dat hun echtgenotes en gezinsleden die alleen de Turkse nationaliteit hebben, hier ten lande niet zouden mogen verblijven en hierdoor artikel 8 EVRM geschonden zou zijn, is een te ver verwijderd verband. Ten derde was de afbouwregeling in geschil. Het Uwv wordt hierin gevolgd. Tot slot is aan betrokkenen een schadevergoeding toegekend op grond van overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM in de rechterlijke fase. Volgens vaste rechtspraak is bij de vaststelling van de behandelingsduur de periode gedurende welke de prejudiciële vragen tweemaal bij het Hof aanhangig waren buiten beschouwing gelaten.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken