CRvB 28 januari 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:356

Tussenuitspraak. Korting op Wuv-uitkering wegens vermogen. Afwijzing verzoek om herziening van het vermogen. Afwijzing verzoek om de uitkering opnieuw vast te stellen. Bij de beoordeling van het vermogen wordt rekening gehouden met de totale vermogens- en inkomstenpositie van de uitkeringsgerechtigde en zijn echtgenoot. De systematiek van artikel 59a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wuv is aldus dat op ieder gewenst moment om vermogensherziening kan worden verzocht. Naar aanleiding van zo’n verzoek moet dan eenvoudigweg worden bezien of het vermogen ten tijde van dat verzoek is verminderd ten opzichte van het vastgestelde vermogen. Dat geldt onverkort als al eerder vergeefs om vermogensherziening is verzocht. Het is dus niet juist geweest dat verweerder bij de besluitvorming naar aanleiding van het verzoek uit 2012 de situatie in december 2010 tot referentiepunt heeft genomen in plaats van het vastgestelde vermogen. Geen draagkrachtige motivering. De Raad draagt verweerder op de gebreken in de bestreden besluiten te herstellen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen