CRvB 14 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2667
1) Ontslag. De Raad heeft niet de overtuiging verkregen dat betrokkene de batterijen heeft gepakt en in zijn rugzak heeft gestopt met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. Het aan betrokkene verweten plichtsverzuim staat onvoldoende vast, zodat appellant niet bevoegd was over te gaan tot een disciplinaire maatregel. 2) Appellant kon ten tijde van het besluit van 28 april 2014 niet in redelijkheid meer tot de buitenfunctiestelling overgaan. Op dat moment waren immers al negen maanden verstreken vanaf het moment dat dat de leidinggevende van betrokkene op de hoogte was van het voorval en ook het onderzoeksrapport was inmiddels al vijf maanden afgerond en het resultaat van het onderzoek was al bekend bij de dienstleiding.
De uitspraak op rechtspraak.nl