CRvB 26 april 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:1532
Overgangsregeling WWIK. Terugvordering. Vaststaat dat appellant en S ten tijde in geding een gezamenlijke huishouding voerden. Dit brengt mee dat ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WWIK bij de vaststelling van de uitkering rekening wordt gehouden met alle middelen waarover de kunstenaar of zijn gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken. Onder het begrip middelen valt tevens een inkomen uit studiefinanciering van de partner. Niet gewijzigde wet- en regelgeving.
De uitspraak op rechtspraak.nl