CRvB 9 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3129
Buitenlandbijdrage Zvw. Internationale context. Appellant heeft op grond van Vo 1408/71 recht op zorg in Frankrijk ten laste van Nederland. Het heffen van een buitenlandbijdrage is geen ongelijke behandeling welke onverenigbaar is met enige bepaling van communautair en/of internationaal recht. Het feit dat betrokkene ten tijde van zijn verhuizing naar Frankrijk niet kon voorzien dat hij een buitenlandbijdrage verschuldigd zou worden, doet niet af aan de mogelijkheid voor een Lidstaat om een op Vo. 1408/71 gebaseerde bijdrage in te voeren. Het hanteren van een woonlandfactor levert geen overduidelijke onevenredigheid op. Cvz mocht de definitieve jaarafrekeningen over de jaren 2006, 2007 en 2008 vast stellen na het verstrijken van de termijn als genoemd in artikel 6.3.3, derde lid, van de Regeling zorgverzekering. Cvz heeft de buitenlandbijdragen berekend overeenkomstig de wettelijk voorgeschreven systematiek. Nu betrokkene de juistheid van deze berekeningen als zodanig niet heeft betwist, ziet de Raad geen reden aan te nemen dat aan hem een te hoog bedrag in rekening is gebracht.
De uitspraak op rechtspraak.nl