CRvB 28 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4824
Vaststelling jaarrekening. Naar het oordeel van de Raad is geen sprake van een verval- of verjaringstermijn en kan hetgeen namens appellant hierover is aangevoerd dan ook niet slagen. Geen strijd met het gelijkheidsbeginsel. De Raad is ook niet gebleken van een ongelijke behandeling van appellant door Cvz die onverenigbaar is met enige bepaling van communautair en/of internationaal recht. Uit het vorenstaande vloeit voort dat de beroepsgrond van appellant over de ongelijke behandeling in het kader van het vrij verkeer van EU-burgers niet slaagt. Geen schending van het rechtszekerheidsbeginsel nu appellant wist of redelijkerwijs kon weten dat er nog een definitieve vaststelling van de jaarafrekening zou plaatsvinden en de termijnoverschrijding niet van zodanig lange duur is dat hij hiermee redelijkerwijs geen rekening meer behoefde te houden. Geen proceskostenveroordeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl