CRvB 22 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1777

Beëindiging AOW-pensioen en toeslag. Het recht op AOW-pensioen is ingegaan vóór de invoering van artikel 8c van de AOW, welke regeling een vergaand gevolg verbindt aan het zich onttrekken aan een vrijheidsstraf of vrijheidsbeperkende maatregel, met welk gevolg betrokkene voorheen geen rekening hoefde te houden. De zorgvuldigheid met zich brengt dat de vaststelling dat betrokkene zich ten tijde van de inwerkingtreding van deze regeling onttrekt aan de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbenemende straf of maatregel, berust op actuele gegevens ten aanzien van (het voortduren van) het zich onttrekken. Niet in geschil is dat de Svb in het voetspoor van het CJIB zich enkel baseert op gegevens en uitvoeringshandelingen uit de jaren 2004/2005. Vaststaat verder dat in elk geval vanaf de toekenning van het AOW-pensioen in september 2009, de vaste woon- of verblijfplaats van appellant aan de Svb bekend was. Niet is gebleken van redenen die in de weg stonden aan een nadere poging tot tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf. Geconcludeerd moet worden dat in het geval van appellant de Svb niet op goede gronden heeft kunnen besluiten dat (nog steeds) sprake is van het zich onttrekken aan de tenuitvoerlegging van een vrijheidsbenemende maatregel of straf. Dit betekent dat de Svb ten onrechte het ouderdomspensioen van appellant heeft beëindigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken