CRvB 30 april 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1432

Functieonderhoud. Met de nadere besluiten ... is niet geheel aan de bezwaren van appellanten tegemoet gekomen. De korpschef kon in de functietyperingen volstaan met het opnemen van de taken inspecteur van dienst en hulpofficier van justitie. Het betreft hier algemeen gebruikte aanduidingen binnen de Nederlandse politie, waarbij over de aard van de daarmee gemoeide werkzaamheden geen wezenlijk verschil van inzicht bestaat. Voorts is de Raad van oordeel dat niet kan worden gezegd dat de kern van de functie niet in de functietyperingen tot uitdrukking komt. De span of control en de complexiteit van de werkzaamheden brengen in het onderhavige geval in essentie geen verandering met zich in de feitelijk verrichte werkzaamheden. Ten aanzien van het informeren van de beoordelaar heeft de korpschef overtuigend toegelicht dat gesproken kan worden over het informeren van de beoordelaar ter voorbereiding op beoordelingen, nu de eindverantwoordelijkheid van die beoordelingen is gelegen bij de districtschef en de wijkteamchef.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken