CRvB 7 mei 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:1428

Gezamenlijke huishouding. Gehandicapt kind. Getuigenverklaringen. In het licht van de genoemde onderzoeksbevindingen komt aan de door appellanten overgelegde getuigenverklaringen van hulpverleners van de zoon en een voormalig buddy van appellant niet die betekenis toe die appellanten daaraan gehecht willen zien. Deze getuigen hebben niet meer verklaard dan dat zij appellant niet veel op het adres van appellante hebben waargenomen, respectievelijk dat zij appellant op zijn eigen adres hebben bezocht. Nu de contacten van deze mensen met appellanten zich hebben beperkt tot hooguit vier of vijf uur per week, bevatten de verklaringen onvoldoende aanknopingspunten om daarop conclusies te kunnen baseren over het hoofdverblijf van appellant in de te beoordelen periode.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken