CRvB 28 februari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:638
Nederland is bevoegd tot inhouding van de buitenlandbijdrage. Nu appellant het langst onderworpen is geweest aan de Nederlandse wettelijke pensioenregeling komen de verstrekkingen voor zorg in zijn woonland ten laste van Nederland. Cvz heeft een buitenlandbijdrage in rekening mogen brengen vanaf 1 april 2007, die mocht worden ingehouden op het pensioen van appellant. Tegen de hoogte van de in bestreden besluit 2 vervatte vaststelling van de voorlopige jaarafrekening over 2007 heeft appellant geen afzonderlijke gronden aangevoerd. Heropening onderzoek ter voorbereiding van een nadere uitspraak over het verzoek van appellant met betrekking tot de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl