CRvB 11 december 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:4172

Strafontslag. Nevenwerkzaamheden. De door appellant ingebrachte brief van zijn huisarts en het gespreksverslag van de stafarts geven wellicht enige verklaring voor het gedrag van appellant, maar bevatten geen enkel aanknopingspunt dat het plichtsverzuim hem niet kan worden toegerekend in de hiervoor bedoelde zin. Daarbij komt dat appellant ook al ruim vóór het overlijden van zijn moeder als vrijwilliger bij de politie werkzaamheden verrichtte tijdens perioden van ziekteverzuim bij de Kmar. Dat dit doorgaande gedrag verband houdt met zijn psychische gesteldheid na het overlijden van zijn moeder ligt daarom niet voor de hand. Anders dan appellant betoogt kan de opgelegde straf van ontslag niet als onevenredig aan de aard en ernst van het vastgestelde plichtsverzuim worden aangemerkt. Door over een langere periode tijdens ziekteverzuim bij de Kmar nevenwerkzaamheden bij de politie te verrichten, zijn leidinggevende en de bedrijfsarts van de politie niet te informeren over de door de bedrijfsarts van de Kmar gestelde beperkingen, heeft appellant gehandeld in strijd met de eisen van integriteit, betrouwbaarheid en verantwoordelijkheid.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken