CRvB 23 mei 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:1858
Beroepen van appellant tegen vaststelling bijdrage Zvw in verschillende voorlopige en definitieve jaarafrekeningen slagen niet. Appellant valt binnen de personele werkingssfeer van Vo 1408/71 ondanks dat hij in zijn huidige woonland niet heeft gewerkt, vergelijk het arrest Van Delft, C-345/09. Herhaald wordt dat artikel 28 van Vo 1408/71 van toepassing is en niet artikel 13, tweede lid, sub f, van Vo 1408/71. En voorts dat artikel 28 van Vo 1408/71 van toepassing is, omdat appellant in pensioenland Nederland recht op prestaties zou hebben als hij daar zou wonen, vergelijk het arrest Van Delft en het arrest Rundgren, C-389/99. Er is geen aanleiding te twijfelen aan de geldigheid van de door het Belgische bevoegde orgaan afgegeven E 121-verklaring. De Regeling Zorgverzekering waarin de verschuldigde bijdrage is vastgesteld, is niet in strijd met het bepaalde in de tweede zin van artikel 104 van de Grondwet. Ook geen strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het EVRM. De berekening van de grondslag voor de buitenlandbijdrage heeft op juiste wijze plaatsgevonden.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 31 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:200
- CRvB 9 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1382
- CRvB 19 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1466
- Hof 's-Hertogenbosch 12 juli 2013, ECLI:NL:GHSHE:2013:3025
- CRvB 13 december 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU7137
- CRvB 7 september 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BT1941
- CRvB 26 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6362