CRvB 7 juni 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:CA2427

Gelet op de gronden van beroep beperkt het geschil zich tot de vraag of de rechtbank, uitgaande van de door haar vastgestelde overschrijding van de redelijke termijn, een juist schadevergoedingsbedrag heeft uitgesproken. Zoals de Raad heeft overwogen in zijn uitspraak van 26 januari 2009 (LJN BH1009) is, in beginsel, een vergoeding gepast van € 500,- per half jaar of gedeelte daarvan waarmee de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank heeft terecht geen aanleiding gezien om deze vergoeding in het voorliggende geval op een hoger bedrag te stellen omdat hetgeen door appellant is aangevoerd al is verdisconteerd in de hoogte van het schadevergoedingsbedrag van € 500,- per half jaar of een gedeelte daarvan. Van extra spanning en frustratie is niet gebleken. Anders dan de rechtbank heeft geoordeeld is de schending van de redelijke termijn niet gedeeltelijk veroorzaakt door het processuele gedrag van appellant.

De uitspraak op rechtspraak.nl