CRvB 7 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9982
Besluit waarbij een aanvraag om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand buiten behandeling is gesteld. De Raad overweegt onder meer dat voor het einde van de hogerberoepstermijn per e-mailbericht hoger beroep is ingesteld. Uit art. 8:40a van de Awb en art. 1, lid 1 van het Besluit elektronisch verkeer met de bestuursrechter, in samenhang met art. 21, lid 1 van de Beroepswet, vloeit voort dat het niet is toegestaan op deze manier hoger beroep in te stellen. Uit de artikelen 8:40a, 2:15, lid 1 en 6:6, aanhef en onder b, van de Awb, in samenhang met art. 21, lid 1 van de Beroepswet volgt dat het hoger beroep als gevolg hiervan eerst niet-ontvankelijk kan worden verklaard als de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen. Nu het verzuim op 9 juni 2011 is hersteld, bestaat geen aanleiding het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De Raad vindt voor dit standpunt steun in de uitspraken van de ABRS van 29 augustus 2012 (LJN: BX5940 en LJN BX5972).
De uitspraak op rechtspraak.nl