CRvB 2 mei 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ9439
1) Intrekking van de bekwaamheidsverklaring van een verpleegkundig centralist. 2) Bekwaamheidsverklaring als vereiste bij de aanstelling. 3) Ontslag wegens het verlies van een aanstellingsvereiste. Dubbel hoger beroep. 1) Er ontbreekt een besluit over de intrekking van de bekwaamheidsverklaring en ook de brief van 26 juni 2009 bevatte niet een besluit over het feitelijke gevolg inzake het niet langer kunnen werken als verpleegkundig centralist. Dus stond daartegen niet de bezwaarmogelijkheid van de Awb open en ontstond er evenmin een situatie van onherroepelijkheid. 2) In artikel 35 van de Wet BIG is niet voorgeschreven dat een bekwaamheidsverklaring van de medisch adviseur vereist is om te mogen functioneren als verpleegkundig centralist op een meldkamer. In de functiebeschrijving van de verpleegkundig centralist van januari 2008, die dus is vastgesteld na de totstandkoming van de RAV, zijn zes functie-eisen, verantwoordelijkheden en vaardigheden opgenomen. Bij deze functie-eisen, verantwoordelijkheden en vaardigheden wordt nergens de eis van een bekwaamheidsverklaring door de medisch adviseur genoemd; evenmin wordt naar zo’n bekwaamheidsverklaring verwezen. 3) Het gebruikmaken van een ontslagbepaling als artikel 8:7, aanhef en onder a, van de CAO RAV vergt de aanwezigheid van een duidelijk en niet voor tweeërlei uitleg vatbaar aanstellingsvereiste. In verband met de voorwaarde van een ‘door het bestuur gesteld aanstellingsvereiste’ zal ook de rol van het bestuur bij het stellen van de voorwaarde buiten twijfel moeten zijn. Omdat het bestuur niet heeft laten zien dat het aan verpleegkundig centralisten op duidelijke wijze de eis heeft gesteld van het beschikken over een bekwaamheidsverklaring, kon betrokkene geen ontslag verleend worden met toepassing van artikel 8:7, aanhef en onder a, van de CAO RAV. De Raad herroept het ontslagbesluit en geeft een overweging ten overvloede.
De uitspraak op rechtspraak.nl