CRvB 8 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4447

Tussenuitspraak. Vorderbaar en tevens niet inbaar; nadere precisering rechtspraak; in redelijkheid te verwachten inspanningen werknemer; schatting toerekening nabetaling aan refertejaar. Anders dan het Uwv meent heeft appellant naar het oordeel van de Raad aangetoond dat hij, gelet op de bepalingen van hoofdstuk VII van de op hem van toepassing zijnde CAO, ook in het refertejaar onjuist - want op basis van te weinig ervaringsjaren - ingeschaald is geweest en dat hij bij een juiste inschaling een hoger salaris zou hebben moeten ontvangen. Het verschil in het salaris dat hij heeft ontvangen en het salaris dat hij bij juiste inschaling had behoren te ontvangen was - ook voor zover dat het refertejaar betreft - vorderbaar. Het bestreden besluit berust op een onjuiste uitleg van artikel 2, vierde lid, van het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. Het Uwv zal nader moeten onderzoeken welk deel van het in augustus 2008 nabetaalde bedrag moet worden toegerekend aan het refertejaar. Het deel van het nabetaalde bedrag dat betrekking heeft gehad op het refertejaar moet bij de berekening van appellants dagloon worden betrokken. Mocht niet exact kunnen worden vastgesteld welk deel van de nabetaling op het refertejaar betrekking heeft, dan zal het Uwv daarvan een inschatting moeten maken, waarbij rekening kan worden gehouden met het gegeven dat appellant in ieder geval vanaf 2005 onjuist was ingeschaald.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen