CRvB 13 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4069
Met de (nadere) regeling van de aard, omvang en inhoud van de aanspraken op AWBZ-zorg is de regelgever niet buiten de grenzen van zijn bevoegdheid getreden. De omstandigheid dat die aanspraken daardoor naar de groep van verzekerden en omvang zijn beperkt, maakt dat, hoe schrijnend dat ook kan zijn voor verzekeren die op objectieve gronden op meer zorg zijn aangewezen maar deze door de inhoud van het Rza niet meer kunnen ontvangen, niet anders nu dat binnen de beleidsvrijheid van de regelgever valt. De Raad wijst er op dat noch artikel 2 van het Bza noch artikel 2 van de Rza de aanspraak op meer zorg afhankelijk stelt van een voorafgaande onafhankelijke beoordeling van de noodzaak ervan. Artikel 9b, derde lid, van de AWBZ maakt dat niet anders, aangezien uit die bepaling niet voortvloeit dat een algemene maatregel van bestuur moet worden vastgesteld waarin de onafhankelijkheid van de beoordeling van de aanspraken is gewaarborgd. Geen beroep op het gelijkheidsbeginsel. Geen beroep op het rechtszekerheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel.
De uitspraak op rechtspraak.nl