CRvB 14 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1337
1) Bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. De inhoud van de brieven betreft niet meer dan feitelijke mededelingen van het dagelijks bestuur over de inrichting van de organisatie na terugkeer van appellante. De brieven beogen geen wijzigingen in de functie van appellante aan te brengen dan wel appellante uit haar functie te ontheffen en zijn dan ook niet als besluiten in de zin van art. 1:3 Awb aan te merken. 2) Ontslag op andere gronden. Appellante heeft door haar onbuigzame houding en onnavolgbare gedrag in overwegende mate bijgedragen aan het ontstaan en voortbestaan van een situatie waarin vruchtbare samenwerking niet meer mogelijk was. Appellante heeft weliswaar recht op een aanvullende uitkering, maar van het dagelijks bestuur kan niet worden gevergd ook nog een na-wettelijke uitkering toe te kennen. 3) Nabetaling overwerkuren. Nu niet is gebleken van enige dienstopdracht tot het verrichten van overwerk, is het overleggen van een kopie van haar agenda onvoldoende. Het hoger beroep op dit punt slaagt niet. 4) De rechtbank heeft ten onrechte geen reiskostenvergoeding voor het bijwonen van de zitting toegekend.
De uitspraak op rechtspraak.nl