CRvB 2 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX3521

Er is geen grond om anders te oordelen waar het gaat om de toepassing van het per 1 juli 2008 gewijzigde bovenwettelijke werkloosheidsstelsel van de CAR/UWO. In hoofdstuk 10d zijn de voorzieningen opgenomen bij werkloosheid wegens ontslag op grond van één van de artikelen 8:3, 8:5, 8:6 of 8:8. Deze voorzieningen omvatten in beginsel zowel een aanvullende uitkering (paragraaf 5), die loopt naast de WW uitkering, als een na wettelijke uitkering (paragraaf 6), die op de WW uitkering aansluit. Het stond het college dan ook niet vrij om appellant de aanspraak op een na-wettelijke uitkering te onthouden. Dit wordt niet anders doordat het college aan appellant, in plaats van de na wettelijke uitkering, een outplacement-traject heeft toegekend. Appellant heeft voor deze uitruil geen toestemming gegeven. Bij gebreke daarvan kan outplacement in het kader van de ontslagregeling niet met de na wettelijke uitkering op één lijn worden gesteld, nog daargelaten of het aangewezen traject inhoudt dat appellant bij het betrokken outplacement-bureau in tijdelijke dienst zou moeten treden en daarmee uitkeringsrechten verspeelt. Niet kan worden staande gehouden dat, bij afweging van alle feiten en omstandigheden, het verwijt aan het college de doorslag moet geven. Kent aan appellant de garantie toe op een uitkering ingevolge de WW, een aanvullende uitkering als bedoeld in de artikelen 10d10 en volgende van de CAR/UWO, een en ander alsof ten gevolge van het ontslag geen sprake is van verwijtbare werkloosheid, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit 2. Afwijzing verzoek om schadevergoeding.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen