CRvB 6 november 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2452
Vaststelling geïndiceerde zorg. De omstandigheid dat de ontwikkelingsstoornis van appellant een evident stabiel kindkenmerk is, impliceert niet dat zijn zorgvraag stabiel blijft gedurende zijn ontwikkeling. Het indicatiesysteem van de AWBZ brengt mee dat zorg die achteraf ruimer geïndiceerd wordt over een periode die ten dele al voorbij is, over dat deel niet meer te effectueren is. Zoals is overwogen in de uitspraak van de Raad van 18 februari 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1448, is BJZ op grond van de WJZ belast met het stellen van de indicatie voor AWBZ-zorg en is het Zorgkantoor op grond van het bepaalde bij en krachtens de AWBZ verantwoordelijk voor de zorgrealisatie. Dit impliceert dat het ten dele niet meer kunnen effectueren van geïndiceerde zorg en de gestelde daarmee verband houdende schade niet van belang is voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de bestreden indicatiebesluiten.
De uitspraak op rechtspraak.nl