CRvB 17 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:2100
Einduitspraak na tussenuitspraak. Bij de tussenuitspraak is geoordeeld dat de ingangsdatum van de aan appellant toegekende periodieke uitkering op grond van de Wuv terecht op 1 februari 2010 is gesteld. Verder is vastgesteld dat appellant ten tijde van de in dit geding relevante verergering van zijn causale klachten nog aangewezen was op inkomen uit arbeid in bedrijf of beroep. Geoordeeld is dat verweerder de grondslagbepaling daarom ten onrechte heeft uitgevoerd aan de hand van artikel 8, vijfde lid, van de Wuv in plaats van met toepassing van artikel 8, tweede lid, van de Wuv. De Raad heeft verweerder opgedragen om dit gebrek te herstellen. Appellant heeft te kennen gegeven dat met het besluit van 24 juli 2013 volledig aan zijn bezwaren is tegemoet gekomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl