CRvB 2 oktober 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1905

De loonsanctie is niet bedoeld om de werknemer een geldelijk voordeel te verschaffen, maar om te bewerkstelligen dat de werkgever tot een adequate re-integratie-inspanning komt. Bovendien sluit de - nadere - benadering van het Uwv aan bij het reparatoire karakter van de loonsanctie, ingevolge welke de duur van de loondoorbetaling weliswaar 52 weken bedraagt, maar deze wordt bekort indien de werkgever alsnog tot herstel van het geconstateerde gebrek is gekomen. Door het Uwv is geen exacte opgave gedaan van de bij het onderzoek betrokken gevallen en evenmin is een berekening verstrekt van het gemiddelde van 9,7 maanden waartoe het onderzoek heeft geleid. De Raad ziet, althans in dit geval, geen aanleiding aan de mededelingen van het Uwv over het gehouden onderzoek en de uitkomst ervan te twijfelen. In de door betrokkene gestelde omstandigheid dat er sprake is geweest van verwijtbare nalatigheid met betrekking tot zijn re-integratie gedurende de eerste twee jaar van zijn arbeidsongeschiktheid, is geen reden gelegen ervan uit te gaan dat de werkgever na een opgelegde loonsanctie niet alsnog tot een voldoende re-integratie-activiteit zou zijn gekomen en aldus zodanige loonsanctie niet gedurende het gehele daaropvolgende jaar zou zijn geëffectueerd. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl