CRvB 15 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX4618
Toekenning schadevergoeding wegens het ten onrechte niet opleggen van een loonsanctie. In het ter uitvoering van de aangevallen uitspraak genomen besluit heeft het Uwv een nieuw besluit op bezwaar genomen waarin de bij de berekening van de schadevergoeding in acht te nemen termijn van loondoorbetaling is gesteld op tien maanden. In de situatie van appellante waarin de omvang van de schade niet met zekerheid is vast te stellen, is hiermee in overeenstemming dat het Uwv bij de berekening van de schadevergoeding enerzijds is uitgegaan van een bij onvoldoende re-integratie-inspanning van de werkgever verplicht op te leggen loonsanctie van 52 weken, maar daarbij anderzijds ook de termijn in aanmerking heeft genomen die de werkgever, ware de loonsanctie opgelegd, nodig zou hebben gehad om het geconstateerde gebrek te herstellen, ervan uitgaande dat de werkgever dit herstel zo spoedig mogelijk zou hebben gemeld en het Uwv vervolgens tot bekorting van de loonsanctie zou hebben besloten. De Raad acht dit op zich, althans in het onderhavige geval, een alleszins redelijk uitgangspunt, waarmee appellante niet te kort is gedaan.
De uitspraak op rechtspraak.nl