CRvB 7 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:177

De rechtbank heeft terecht het verzoek van betrokkene opgevat als een verzoek om nabetaling van consignatie-uren, en de afwijzing aan een volle rechtmatigheidstoets onderworpen. De Raad deelt voorts het oordeel van de rechtbank dat, nu consignatie in de praktijk niet vooraf schriftelijk wordt opgelegd en betrokkene dus niet door het overleggen van schriftelijke opdrachten kon aantonen dat op de door hem genoemde uren sprake was van consignatie, het in de gegeven omstandigheden op de weg van de commandant lag om, alvorens tot een afwijzing van het verzoek om nabetaling te komen, zelf te onderzoeken of op die uren feitelijk sprake is geweest van consignatie. Geen beroep op het gelijkheidsbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen