CRvB 21 augustus 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1615
Afwijzing aanvraag persoonsgebonden budget, na eerdere beëindiging (zie: ECLI:NL:CRVB:2013:1487,). Door te toetsen aan art 4:6 Awb heeft het college onjuiste beoordelingsmaatstaf gehanteerd. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat sprake is van een wijziging in de omstandigheden in die zin dat ten tijde van de nieuwe aanvraag wel aan de vereisten wordt voldaan om voor een pgb voor huishoudelijke verzorging in aanmerking te komen. Uit de aangevoerde omstandigheid dat aan appellante weer een bijstandsuitkering wordt verstrekt volgt niet dat appellante niet meer in staat is om huishoudelijke werkzaamheden voor zichzelf te verrichten. De aangevoerde verslechtering van de gezondheid van appellante is niet met medische stukken onderbouwd.
De uitspraak op rechtspraak.nl