CRvB 31 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1235

De tekst van art. 3.27, tweede lid, van de Wsf 2000 is volstrekt duidelijk en laat geen ruimte voor een andere uitleg dan dat ook in de situatie dat (aantoonbaar) geen gebruik is gemaakt van het reisrecht de vordering in de aangegeven hoogte dient te worden opgelegd. De minister heeft zich terecht op het standpunt kunnen stellen dat er geen reden is voor toepassing van de hardheidsclausule. De OV-schuld is niet aan te merken als een (bestuurlijke) boete of daarmee gelijk te stellen punitieve sanctie doch reparatoir van aard is. Hierdoor bestaat er geen ruimte om te toetsen of de vordering voldoet aan het evenredigheidsbeginsel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen