CRvB 16 juli 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:1056

Overschrijding vermogensgrens. Schending inlichtingenverplichting. Herziening en terugvordering bijstand. Aan het bestreden besluit ligt ten grondslag dat betrokkene gedurende alle perioden in geding de beschikking heeft gehad over vermogen boven de vermogensgrens, zodat geen recht op bijstand bestond. Vaststaat dat (het college) in het kader van de vaststelling van het recht op bijstand, in het bijzonder de vermogensvaststelling, artikel 20 van de Abw en de artikelen 34 en 50 van de WWB niet bij zijn beoordeling heeft betrokken. Dit betekent dat (het college) ten onrechte niet heeft onderzocht of betrokkene met inachtneming van de in die bepalingen geregelde extra vermogensvrijlating recht had op bijstand. De rechtbank heeft dan ook terecht het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen. Voor het nemen van het nieuwe besluit kan de tussenuitspraak als leidraad dienen. De door (het college) opgeworpen vraag of tegeldemaking, bezwaring of verdere bezwaring redelijkerwijs van betrokkene had kunnen worden verlangd, kan bij het onderzoek worden betrokken. De Raad bevestigt de aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen einduitspraak.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen