CRvB 20 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY7826

Korting op Appa-uitkering wegens inkomsten. Appellant genoot als directeur-grootaandeelhouder een inkomen dat - ongeacht het hem maandelijks uitgekeerde directeurssalaris - wordt bepaald door de uit de onderneming behaalde winst. Pas na afloop van het boekjaar 2009 kon worden vastgesteld hoe hoog de over dat jaar behaalde winst was, die over dat jaar als inkomsten als bedoeld in de artikelen 134 en 134a van de Appa moet worden aangemerkt. Verweerder heeft bij de verrekening van de door appellant als directeur-grootaandeelhouder genoten inkomsten dan ook niet ten onrechte een periode van één jaar als uitgangspunt genomen. Beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. Een uitkering op grond van de Appa is een bruto-uitkering, die alleen vergeleken kan worden met bruto-inkomsten (LJN AU9639). De door een directeur-grootaandeelhouder gedane reserveringen ten behoeve van een pensioenvoorziening komen niet in mindering op - maar vormen een besteding van - de bij een inkomensverrekening zoals hier aan de orde in aanmerking te nemen bruto-inkomsten (LJN BJ9628).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen