CRvB 28 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY7671
De gang van zaken rond de ongerechtvaardigde uitbetaling van tegemoetkomingen aan een deel van de waarnemers moet als betreurenswaardig worden gekenschetst. Dit neemt niet weg dat het hier gaat om tegemoetkomingen in onkosten die reeds door de Verenigde Naties werden vergoed. Niet is gebleken van enig stelselmatig handelen van appellant waarmee werd beoogd om bepaalde waarnemers op bepaalde gronden te begunstigen boven andere. Appellant heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat het om fouten ging en dat daaraan een einde moest worden gemaakt. Het zijn onvolkomenheden van administratieve aard geweest die hieraan lange tijd in de weg hebben gestaan. De gevallen van S en de drie collega's verschillen wezenlijk van het geval van betrokkene. De rechtbank had S in het gelijk gesteld en daarbij overwogen dat slechts een zeer kleine minderheid, bestaande uit S en drie andere UNMO's, geen tegemoetkoming had ontvangen. Door die feitelijk onjuiste voorstelling van zaken is appellant op het verkeerde been gezet. Bij de behandeling van het verzoek van betrokkene was inmiddels bekend dat het om veel grotere aantallen ging. Al met al was (ook) de toekenning aan S en de drie collega's een onjuiste beslissing, waarvan de herhaling onder de gegeven omstandigheden niet op grond van het gelijkheidsbeginsel kan worden afgedwongen. Vernietiging uitspraak. Vernietiging besluit.
De uitspraak op rechtspraak.nl