CRvB 4 december 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY5565

Intrekking bijstand, bezwaar niet-ontvankelijk verklaard door het college omdat het bezwaarschrift niet in de Nederlandse taal is gesteld. Het bepaalde in artikel 6:5, derde lid, van de Awb brengt niet mee dat een in een vreemde taal gesteld bezwaarschrift zonder meer om deze reden kan worden geweigerd. Van belang is of vertaling voor een goede behandeling ervan noodzakelijk is. Of een vertaling noodzakelijk is voor een goede behandeling van een bezwaarschrift, dient in elke zaak afzonderlijk beoordeeld te worden en is afhankelijk van de omstandigheden van de zaak, waaronder de complexiteit daarvan en de eenvoud van het gebruik van die vreemde taal. Daarbij is ruimte voor interpretatie en sprake van een glijdende schaal. Aard van het geschil wasvoor appellant duidelijk, dat overigens niet erg ingewikkeld is. De gebezigde taal bevindt zich op de genoemde glijdende schaal aan de eenvoudige kant. Appellant had daarom betrokkenen dienen uit te nodigen voor een hoorzitting waarbij betrokkenen het bezwaar hadden kunnen toelichten. Verder is van belang dat appellant niet ontkent dat betrokkenen aan de balie bij appellant en met hun contactmanager in het Duits kunnen communiceren. Appellant heeft ten slotte bevestigd dat hij ook schriftelijke stukken van betrokkenen in het Duits heeft geaccepteerd en in het dossier heeft opgenomen. Gelet hierop valt niet in te zien dat een vertaling van het bezwaarschrift van 7 augustus 2011 voor een goede behandeling van het bezwaar noodzakelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen