CRvB 27 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4808

Weigering toestemming voor verblijf in het buitenland. Beëindiging en intrekking bijstand. De Raad is met de rechtbank en het college van oordeel dat wat appellant heeft aangevoerd met betrekking tot de gezondheidssituatie van zijn moeder niet de conclusie rechtvaardigt dat sprake was van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de WWB. Vaststaat immers dat het langere verblijf van appellant in Pakistan niet te maken had met de gezondheidssituatie van hemzelf.

De uitspraak op rechtspraak.nl