CRvB 27 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY4292

Intrekking en terugvordering bijstand. Dubbel hoger beroep. Appellante beschikte over een vermogen bestaande uit de mede-eigendom voor een zesde gedeelte van de woning. De enkele omstandigheid dat de moeder van betrokkene na het overlijden van de vader van betrokkene in de woning is blijven wonen en, zoals betrokkene heeft gesteld, heeft geweigerd medewerking te verlenen aan scheiding en deling van de nalatenschap betekent niet dat betrokkene niet in de positie verkeerde om scheiding en deling van het gemeenschappelijke eigendom te verlangen. Schending inlichtingenverplichting. In hetgeen betrokkene heeft aangevoerd is geen grond gelegen voor het oordeel dat het college niet in redelijkheid tot de Beleidsregels terug- en invordering Wet werk en bijstand (2006) en vaste gedragslijn heeft kunnen komen.

De uitspraak op rechtspraak.nl