CRvB 13 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY2969
Bijstand in de vorm van een geldlening wegens tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan. Het college is bij zijn beoordeling over welke periode appellante leenbijstand dient te worden verleend de grenzen van een redelijke wetsuitleg niet te buiten gegaan. Vaste gedragslijn bij schending inlichtingenverplichting. Gegeven het feit dat appellante geen melding heeft gemaakt van de vermogenstoeval, is het college niet gehouden om in dit geval bij de berekening achteraf van een fictieve intering van het - fictieve - vermogen, in afwijking van zijn vaste gedragslijn, uit te gaan van een hogere norm dan eenmaal de geldende bijstandsnorm. Het college heeft met het bestreden besluit een juiste uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van 27 mei 2010. Het hoger beroep slaagt dus niet.