CRvB 10 juli 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX1275

Vanwege tekortschietend besef van appellant voor de voorziening in het bestaan is bijstand toegekend in de vorm van een geldlening tot een bedrag van € 8.145,--. Vanaf het moment dat de verleende bijstand het bedrag van € 8.145,-- overschrijdt zal het meerdere worden verleend in de vorm van bijstand om niet. De keuze van appellant om met de voorwaarde (van het echtscheidingsconvenant) in te stemmen heeft, uitgaande van de door het dagelijks bestuur gehanteerde methode van intering, gevolgen voor het moment waarop hij voor de voorziening in de noodzakelijke kosten van het bestaan een beroep moet doen op bijstand ingevolge de WWB, zeker in een situatie waarin niet viel uit te sluiten dat op niet al te lange termijn in verband met de hoogte van het inkomen uit arbeid een beroep op de bijstand zou moeten worden gedaan.

De uitspraak op rechtspraak.nl