CRvB 9 november 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BY2856
De advocatenkosten zijn (onder meer) voortgevloeid uit verzoeken die het Uwv (met toestemming van appellant) aan diens advocaat heeft gedaan tot het geven van inlichtingen en het toezenden van stukken. De advocaat heeft aan deze verzoeken voldaan en daarmee bijgedragen aan de besluitvorming. Het standpunt van appellant dat het gewicht en de ingewikkeldheid van de zaak een factor 1,5 rechtvaardigen is niet van grond ontbloot. Dit standpunt kan echter niet leiden tot het door appellant beoogde resultaat, omdat het verstrekken van de genoemde inlichtingen geen proceshandeling is waarvoor in het kader van het Bpb een vergoeding (punt) moet worden toegekend. Onderdeel A4 van de bijlage van het Bpb (dat het opschrift draagt ‘Bezwaar en administratief beroep’) kent - behalve voor het verschijnen op een hoorzitting - uitsluitend een vergoeding voor het indienen van een bezwaarschrift in het kader van beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Appellant heeft zelf het bezwaarschrift opgesteld en ingediend. Het nadien op verzoek van het Uwv verstrekken van nadere schriftelijke inlichtingen door de advocaat van appellant kan niet op één lijn worden gesteld met het indienen van een bezwaarschrift. Niet is gebleken dat over vergoeding van deze specifieke kosten door het Uwv aan appellant toezeggingen zijn gedaan. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl