CRvB 15 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5807
Loonsanctie. Gelet op de FML beschikte de werknemer over benutbare mogelijkheden en hadden er derhalve re-integratie-inspanningen verricht moeten worden, gericht op het tweede spoor. Het betreft hier een inspanningsverplichting, geen resultaatsverplichting, een positief resultaat behoeft derhalve niet op voorhand vast te staan. Het Uwv heeft inhoudelijk overtuigend gemotiveerd dat de re-integratie-inspanningen van betrokkene onvoldoende zijn geweest, zonder dat daartoe een deugdelijke grond aanwezig was. Bekorting loonsanctie. Onder verwijzing naar twee eerdere uitspraken (LJN BM1179 en LJN BP9890) overweegt de Raad dat in artikel 25, veertiende lid, tweede volzin, van de Wet WIA het loonsanctiebesluit en een (te nemen) besluit naar aanleiding van een herstelmelding op een lijn zijn gesteld wat betreft de gevolgen van vertraging bij het afgeven van deze besluiten. Een consistente toepassing van de genoemde wettelijke bepalingen brengt mee dat ook aan het te laat nemen van het loonsanctiebesluit slechts gevolgen worden verbonden voor zover alsnog herstel van de tekortkoming heeft plaatsgevonden. Vastgesteld wordt dat door betrokkene geen melding is gedaan dat de tekortkoming, op grond waarvan het loonsanctiebesluit is opgelegd, is hersteld. Er bestond derhalve voor het Uwv geen aanleiding een besluit te nemen met inachtneming van de eventuele gevolgen van het vertraagd genomen besluit. Vernietiging aangevallen uitspraak en beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl