CRvB 25 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW6619
Herziening aanvullende beurs en terugvordering. Appellante had geen recht op een aanvullende beurs. Van een rechtens te honoreren toezegging die ertoe zou moeten leiden dat aan appellante in strijd met de Wsf 2000 een aanvullende beurs toegekend zou moeten blijven, dan wel dat deze na herziening niet zou behoeven te worden terugbetaald, is niet gebleken. Het door de Minister gevoerde beleid is niet kennelijk onredelijk. Het primaire besluit is in overeenstemming met dat beleid. Voor het maken van een uitzondering op het beleid behoefde de Minister geen aanleiding te zien.
De uitspraak op rechtspraak.nl