CRvB 22 mei 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW6531

Intrekking, herziening en terugvordering ANW- en AOW-uitkering. Gezamenlijke huishouding. Dat appelante haar relatie met appellant zelf zag als een zogenoemde LAT-relatie maakt dat niet anders. De onderzoeksbevindingen bieden een toereikende grondslag voor het standpunt van de Svb dat appellanten hun hoofdverblijf hebben gehad in de woning van appellante, zodat aan het eerste criterium voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding is voldaan. Ook aan het criterium van wederzijdse zorg is voldaan. Geen aanknopingspunten voor het oordeel dat tijdens het verhoor van appellant sprake is geweest van ontoelaatbare druk. Dat appellant bij het verhoor niet werd bijgestaan door een raadsman, leidt niet tot schending van art. 6, lid 3, EVRM. De bestuursrechter is verder in het algemeen niet gebonden aan het oordeel van de strafrechter.

De uitspraak op rechtspraak.nl