CRvB 30 maart 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0485
1) Bevoegdheid Svb. 2) Korting op AOW-pensioen van appellant wegens niet verzekerde jaren. Woonplaats verplaatst van Nederland naar België. Geen strijd met EU-recht. 3) Korting op toeslag wegens niet verzekerde jaren appellante. Individueel verzekeringsrecht echtgenote. Geen sociaal voordeel werknemer. De verplichte verzekering voor de AOW voor appellante is begonnen, toen zij trouwde met een Nederlandse man. Artikel 39 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (EG) (thans artikel 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, VWEU) biedt niet de garantie dat overbrenging van de woonplaats naar een andere lidstaat voor de sociale zekerheid neutraal is. Niet verzekerd in de periode dat zij woonachtig was in België. Niet kan worden gezegd dat de (gestelde) beperkingen op het intracommunautaire verkeer onevenredig zijn aan de nagestreefde legitieme doelstelling, de eerbiediging van het fundamentele beginsel van de gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toekenning van pensioenrechten. Niet gezegd kan worden dat appellante verplicht verzekerd was voor de AOW op grond van artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 1612/68 (Vo 1612/68). In dat verband is van belang dat appellante niet aangemerkt kan worden als migrerend werknemer, nu zij geen arbeid in dienstbetrekking heeft verricht. Appellant stelt dat hij als migrerend werknemer recht heeft op dezelfde sociale en fiscale voordelen als werknemers die woonachtig zijn in Nederland en dat dit ook inhoudt dat zijn echtgenote over deze periode verplicht verzekerd was voor de AOW. Volgens vaste rechtspraak van het Hof zijn sociale voordelen als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van Vo 1612/68, alle voordelen die, al dan niet verbonden aan een arbeidsovereenkomst, in het algemeen aan nationale werknemers worden toegekend, voornamelijk op grond van de objectieve hoedanigheid van werknemer of enkel wegens het feit dat zij ingezetenen zijn. De Raad ziet echter geen aanknopingspunten om het, op ingezetenschap gebaseerde, individuele verzekeringsrecht van de echtgenote van een in Nederland woonachtige werknemer voor deze werknemer als een sociaal voordeel te beschouwen. Daarbij acht de Raad voorts nog van belang dat in Bijlage VI, onderdeel R, Nederland onder 2, sub f, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, is bepaald dat de echtgenote in zo’n situatie gebruik kan maken van de vrijwillige verzekering als aldaar nader omschreven. 4) Vrijwillige verzekering appellante. De verplichte verzekering voor de AOW van appellante is geëindigd met de verhuizing naar België op 5 maart 2003. De mogelijkheid deel te nemen aan de vrijwillige verzekering is daarom door de Svb terecht geboden per 6 maart 2003. 5) Geen aanleiding de Svb te veroordelen tot schadevergoeding. De Raad kan appellanten niet volgen in hun stelling dat Europese regelgeving onjuist door de Svb is toegepast in deze gedingen. Evenmin is de Raad gebleken dat er van onjuiste gegevens over het arbeidsverleden van met name appellant is uitgegaan bij het nemen van de verschillende besluiten. De stelling van appellant dat onvolledig dan wel niet juist uitvoering is gegeven aan richtlijn 79/7/EG is niet nader toegelicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl