CRvB 24 februari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV7065
Ontvankelijkheid werkgeefster. Niet kan - mede bij gebreke van een onderzoek daarnaar door het Uwv in de bezwaarprocedure - worden geoordeeld dat het enkele feit dat werkgeefster op grond van vaste rechtspraak van de Raad, welke inhoudt dat een werkgever als een zogenoemd categoraal belanghebbende heeft te gelden bij besluiten van het Uwv over toekenning, herziening of intrekking van een arbeidsongeschiktheidsuitkering en welke rechtspraak zijn neerslag heeft gevonden in verschillende uitspraken van de Raad, reeds meebrengt dat zij ook moet worden geacht bij het maken van haar bezwaar een concreet belang te hebben. Daarvoor is immers ook vereist dat het resultaat dat de indiener van het bezwaar- of (hoger)beroepschrift met het maken van bezwaar of indienen van (hoger) beroep nastreeft ook daadwerkelijk bereikt kan worden en het realiseren daarvan voor betrokkene feitelijke betekenis niet kan worden ontzegd. Uit het bezwaarschrift van werkgeefster valt niet op te maken welk resultaat haar daarbij voor ogen stond. Vernietiging van de aangevallen uitspraak en het bestreden besluit. Het bezwaar van de werkgeefster is niet-ontvankelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl