CRvB 13 februari 2002, ECLI:NL:CRVB:2002:AD9985
Werkgever belanghebbende bij besluit inzake weigering de aan werknemer toegekende WAO-uitkering te herzien in verband met toegenomen arbeidsongeschiktheid. Besluit appellant inzake weigering de aan de werknemer toegekende WAO-uitkering te herzien in verband met toename van de arbeidsongeschiktheid. Bezwaar van werkgever niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de werkgever niet als belanghebbende is aan te merken. In zijn uitspraak van 12 februari 2001, gepubliceerd in RSV 2001/82 en USZ 2001/91, ECLI:NL:CRVB:2001:AB1542 en zijn uitspraak van 20 juli 2001, gepubliceerd in USZ 01/200 en JB 01/223, ECLI:NL:CRVB:2001:AB2860, heeft de Raad reeds als zijn oordeel te kennen gegeven dat een werkgever als belanghebbende dient te worden aangemerkt bij een besluit met betrekking tot de aanspraken van één van zijn werknemers op een uitkering ingevolge de WAO, alsmede dat de hoedanigheid van belanghebbende niet afhankelijk is van de aard van het bestreden besluit, te weten een toekennings-, herzienings- of intrekkingsbesluit. In het thans voorliggende geval, waar het bij het bestreden besluit gehandhaafde besluit de weigering behelst om - in verband met een toename van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer - de aan de werknemer toegekende WAO-uitkering reeds na een wachttijd van vier weken te herzien, komt de Raad niet tot een ander oordeel. Mede gelet op het belang van een heldere eenvoudig toe te passen, invulling van het begrip belanghebbende in zaken als thans aan de orde, is de Raad van oordeel dat als een werkgever bezwaar maakt, dan wel beroep instelt tegen een besluit met betrekking tot de aanspraken van één van zijn werknemers op een uitkering ingevolge de WAO, gelet op diens hoedanigheid van werkgever, de aanwezigheid van een voldoende actueel, concreet en rechtstreeks belang bij dat besluit dient te worden verondersteld, zodat gedaagde als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb dient te worden aangemerkt. De Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, appellant. mrs. H. Bolt, G. van der Wiel, T.L. de Vries
De uitspraak op rechtspraak.nl