CRvB 9 februari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV6261

Tijdelijke aanstelling wordt niet in een vaste aanstelling omgezet. Er is geen aanstelling van rechtswege ontstaan. Met betrekking tot de werkzaamheden die appellante als buitengriffier heeft verricht is geen sprake geweest van een (proeftijd)aanstelling. Het subsidiaire betoog van appellante dat erop neerkomt dat de door haar in haar hoedanigheid als buitengriffier verrichte werkzaamheden “dezelfde werkzaamheden” zijn als welke zij aansluitend als gerechtssecretaris heeft verricht, slaagt evenmin. Het niet voortzetten van de tijdelijke aanstelling na afloop van de proeftijd kan de rechterlijke toetsing doorstaan. Appellante wordt niet gevolgd in haar stelling dat zij niet bekend was met de eis dat zij ook de werkzaamheden ten behoeve van meervoudige strafzaken vóór het einde van de proeftijd diende te beheersen. Het bestuur heeft in redelijkheid kunnen concluderen dat appellante niet voldeed aan de redelijkerwijs te stellen eisen en verwachtingen en dat zij ook niet binnen afzienbare tijd daaraan alsnog zou kunnen voldoen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen