CRvB 17 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1783

Herziening. Terugvordering. Geen sprake van het verkrijgen van bewijsmiddelen op een wijze die zozeer indruist tegen hetgeen van een behoorlijk handelende overheid mag worden verwacht, dat het gebruik hiervan onder alle omstandigheden ontoelaatbaar moet worden geacht. De bevindingen van het onderzoek vormen een toereikende grondslag voor de conclusie dat appellante en [S.] ten tijde in geding hun gezamenlijk hoofdverblijf hadden in de woning van appellante. In een zaak als het onderhavige gaat het niet om een strafrechtelijke procedure, zodat de beschermende werking van artikel 6, derde lid, van het EVRM zich niet tot appellante uitstrekt. De gedingstukken bieden geen aanknopingspunten om in dit geval van de hoofdregel af te wijken dat in het algemeen van de juistheid van een tegenover een sociaal rechercheur afgelegde en door betrokkene ondertekende verklaring mag worden uitgegaan en dat aan een latere intrekking of wijziging van die verklaring geen doorslaggevende betekenis kan worden toegekend. Het College was bevoegd tot terugvordering en medeterugvordering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen