CRvB 17 november 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BU5577
De rechtbank is naar het oordeel van de Raad ten onrechte tot de conclusie gekomen dat sprake is van de bijkomende omstandigheid dat niet de in redelijkheid te vergen nazorg is betracht. Doende hetgeen de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het bestreden besluit beoordelen in het licht van de daartegen voorgedragen beroepsgronden, voor zover deze - gelet op het vorenstaande - nog bespreking behoeven. Betrokkene heeft bij de rechtbank als (door de rechtbank onbesproken gelaten) beroepsgrond nog aangevoerd dat bij hem het gerechtvaardigde vertrouwen heeft kunnen postvatten dat zijn bezoldiging volledig zou worden doorbetaald. Betrokkene heeft er in dit verband op gewezen dat reeds in 2005-2006 bij de politieregio bekend was dat betrokkene kampte met PTSS en dat toen niettemin doorbetaling van de volledige bezoldiging heeft plaatsgevonden. Naar het oordeel van de Raad heeft de korpsbeheerder het aldus gedane beroep op het vertrouwensbeginsel in het bestreden besluit afdoende weerlegd door te stellen dat deze handelwijze abusievelijk door de administratie is verricht, de doorbetaling niet berust op een inhoudelijke beoordeling door de korpsbeheerder, terwijl de korpsbeheerder niet gehouden is een eenmaal gemaakte fout te herhalen. Deze beroepsgrond slaagt niet. Vernietiging uitspraak. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl