CRvB 22 juni 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BR0461

Indicatiebesluit Wet op de jeugdzorg. 1) Bevoegdheid. Rechtsmachtverdeling tussen de kinderrechter als civiele rechter en de kinderrechter als bestuursrechter. Hoger beroep tegen uitspraken van de kinderrechter als bestuursrechter moet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. 2) Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar. De Raad is met de kinderrechter van oordeel dat sprake is van een indicatiebesluit dat valt onder art. 8:5, lid 1, en onderdeel H, onder 3, van de bijlage bij de Awb, zodat hiertegen geen beroep kan worden ingesteld en, gelet op art. 7:1, Awb, hiertegen ook geen bezwaar kan worden gemaakt. Uit de wetsgeschiedenis bij art. 3, lid 4, WJZ blijkt dat de wetgever hiervoor heeft gekozen teneinde dubbele procedures te voorkomen. Tegen een aanwijzing als bedoeld in art. 1:258 BW is evenmin bezwaar en beroep mogelijk aangezien deze bepaling is opgenomen in onderdeel A, onder 3, van de bijlage bij de Awb.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen