CRvB 10 februari 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BP5976
Het college is, na de vernietiging van zijn eerdere beslissing op bezwaar op de grond dat geen begin van bewijs was geleverd voor de tijdelijkheid van de financiering, er opnieuw niet in geslaagd aannemelijk te maken dat voor de functie van appellant slechts tijdelijk financiële middelen beschikbaar waren. De Raad voorziet zelf en stelt vast dat appellant met ingang van 16 december 2000 voor onbepaalde tijd is aangesteld als postdoc bij de leerstoelgroep Hydrologie, Hydraulica en Kwantitatief Waterbeheer van Wageningen Universiteit.
De uitspraak op rechtspraak.nl